recht op raadsman voor aanvang verhoor

De Hoge Raad heeft onlangs bepaald, naar aanleiding van de arresten Salduz en Panovits van het Europese Hof, dat een verdachte, alvorens het eerste verhoor plaats vind, recht heeft om een advocaat te consulteren. Bij minderjarigen geldt, dat zij recht hebben op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Klik hier voor de uitspraak van de Hoge Raad.

Nihilstelling laagste eigen bijdrage in strafzaken vervalt

De staatssecretaris van justitie, mevrouw Nebahat Albayrak, heeft in het kader van haar verwoede pogingen tot bezuiniging besloten dat met ingang van 1 juli 2009 ook aan rechtzoekenden in strafzaken in de laagste draagkrachtcategorie een eigen bijdrage wordt opgelegd. Voorheen werd in dat geval de eigen bijdrage op nul gesteld.

Voor de rechtzoekende betekent dit echter niet per se, dat hij de eigen bijdrage van € 100,-- zelf zal moeten betalen. Doorgaans wordt hiervoor door de gemeente bijzondere bijstand verleend.

Kalk Advocatenkantoor heeft een regeling met de gemeente getroffen inhoudende dat de rechtzoekende bij het eerste gesprek met de advocaat een formulier kan invullen waarmee meteen bijzondere bijstand aan kan worden gevraagd. De advocaat kan dan namens de rechtzoekende het verzoek naar de gemeente sturen.

Per saldo zal er voor de rechtzoekende dus weinig veranderen, het is alleen voor de advocaat en de gemeente administratieve romslomp.

De staatssecretaris mag met trots vertellen dat ze weer een paar miljoen heeft bezuinigd, maar vergeet daarbij te vermelden dat zij in feite deze kosten naar de gemeente heeft doorgeschoven, om nog maar te zwijgen over de bijkomende kosten voor de gemeente van een medewerker die alle aanvragen bijzondere bijstand moet verwerken. 

Deze maatregel is dus allerminst een bezuiniging, maar een fraai staaltje van haagse politiek. Een puur cosmetische maatregel die nergens voor dient en uiteindelijk alleen maar geld en manuren kost, maar de vereiste bezuiniging is (op papier) behaald. En dat over de rug van de rechtzoekende in de laagste draagkrachtcategorie. Bravo, mevrouw de staatssecretaris!

Vervroegde versus voorwaardelijke invrijheidstelling

Met ingang van 1 juli 2008 is de regeling van de vervroegde invrijheidstelling ingrijpend gewijzigd. Deze is vervangen door de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Voor 1 juli 2008 was de regeling van de vervroegde invrijheidstelling als volgt:

tot zes maanden gevangenisstraf: geen vervroegde invrijheidstelling;

tussen zes en twaalf maanden gevangenisstraf: zes maanden plus een derde van het restant zitten;

meer van twaalf maanden gevangenisstraf: twee derde van de straf uitzitten.

Deze regeling gold voor het onvoorwaardelijk opgelegde gedeelte van de gevangenisstraf. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kon de officier van justitie de penitentiaire kamer van het Hof te Arnhem vragen om de veroordeelde de gehele straf uit te laten zitten.

Sinds 1 juli 2008 geldt de, voor de veroordeelde aanzienlijk ongunstigere, regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling die in grote lijnen het navolgende inhoudt:

tot 12 maanden gevangenisstraf: geen voorwaardelijke invrijheidstelling;

tussen twaalf en vierentwintig maanden gevangenisstraf: minimaal twaalf maanden plus een derde van het restant zitten;

meer dan vierentwintig maanden gevangenisstraf: twee derde van de straf uitzitten.

Er is bovendien geen recht op voorwaardelijke invrijheidstelling als tevens een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk is opgelegd.

Op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling begint voor de veroordeelde een proeftijd te lopen, die ten minste één jaar bedraagt. Begaat hij gedurende deze proeftijd een strafbaar feit, dan wordt het restant van de straf alsnog ten uitvoer gelegd.

Voorts kan het OM bijzondere voorwaarden stellen die gedurende de proeftijd moeten worden nageleefd, zoals verplichte deelname aan programma's die zijn gericht op de terugkeer in de maatschappij, of het ondergaan van bijzondere zorg, zoals geestelijke- of verslavingszorg.

Het is zaak om bij de verdediging in strafzaken zeer alert te zijn op de grote verschillen in de effectieve strafduur die deze nieuwe regeling veroorzaakt ten opzichte van de oude. Met name het feit dat er geen eerdere invrijheidstelling meer mogelijk is bij een deels voorwaardelijke straf kan ertoe leiden dat een geheel onvoorwaardelijke straf per saldo voordeliger voor de verdachte is!   

Bij verandering van regelgeving is er vaak sprake van overgangsrecht. Zo is het mogelijk dat er een veroordeling is van vóór de ingangsdatum van de nieuwe regeling, waarbij vervolgens in hoger beroep of cassatie uitspraak wordt gedaan na deze datum.

Bij hoger beroep zal bij een veroordeling door het Hof na 1 juli 2008 de regeling van de voorwaardelijke veroordeling gelden. Doorgaans houdt het Hof hier rekening mee door bij bewezenverklaring een lagere straf dan de rechtbank op te leggen, waardoor de netto straf voor de veroordeelde hetzelfde blijft. bijvoorbeeld: de rechtbank legt twaalf maanden onvoorwaardelijk op (= netto acht maanden), het Hof legt in hoger beroep acht maanden op (= netto ook acht maanden).

In het geval de veroordeling door het Hof dateert van vóór 1 juli 2008, en de Hoge Raad na die datum niet over gaat tot cassatie, dan geldt de oude regeling van vervroegde invrijheidstelling. De veroordeling van het Hof (van voor 1 juli 2008) blijft immers in stand. Als de Hoge Raad na deze datum tot cassatie van deze veroordeling over gaat, en de zaak zelf afdoet, wijzigt hij feitelijk de uitspraak van het Hof, zodat ook in dat geval de oude regeling geldt. Als de Hoge Raad echter deze uitspraak van het Hof casseert, en verwijst naar een ander Hof om de zaak af te doen, dan zal dit (nieuwe) Hof er rekening mee moeten houden dat de regeling van de voorwaardelijke veroordeling van toepassing is.  

Op deze nieuwe regeling bestaan een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld in het geval van (zeer) lang gestraften, maar het voert te ver om deze hier te bespreken. Kalk Advocatenkantoor Strafrechtadvocaten kan in uw specifieke geval de regeling nader toelichten.  

Straf op maat

De rechters in Nederland zouden volgens een recente uitzending in Zembla de weg volkomen kwijt zijn en te lichte straffen opleggen. Dit standpunt wordt door Kalk Advocatenkantoor niet gedeeld. Een wetsvoorstel om de rechter te beperken in zijn keuzevrijheid om geen taakstraffen meer op te kunnen leggen voor bepaalde delicten zou een grove aantasting van het rechtssysteem betekenen. De rechter moet een straf op maat kunnen opleggen met inachtneming van de ernst van het feit, maar ook rekening kunnen houden met de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan en met inachtneming van de persoon van de verdachte. Deze laatste punten zijn nu juist voor de verdediging uitermate belangrijk om in het strafproces naar voren te brengen.

Ook de Raad voor de Rechtspraak deelt deze visie.

Kalk Advocatenkantoor Strafrechtadvocaten
Haaksbergerstraat 120a-b
postbus 34 7500 AA Enschede

Tel: 053-4315577
Fax: 053-4314994
Mail: info@kalkadvocatenkantoor.nl

 

Pikettelefoon: 06-81238098.

Let op: dit 06-nummer is alleen bestemd voor rechtsbijstand bij aanhoudingen en invallen door de politie en piketmeldingen buiten kantooruren. Gebruik in alle andere gevallen het gewone

kantoornummer 053-4315577.

 

Ook in strafzaken de laagste eigen bijdrage van € 100,--  betalen...of toch niet? Kalk Advocatenkantoor Strafrechtadvocaten heeft voor haar cliënten de oplossing gevonden!